|
Reactie Peter Heintze, directeur Evert Vermeer Stichting (EVS), op het syntheserapport van de beleidsdialoog ‘Ontwikkeling is verandering’.
De EVS heeft veel waardering voor de open discussie die het Ministerie met de sector is aangegaan, het brede debat die de beleidsdialoog heeft losgemaakt en de kernachtige wijze waarop dit in het syntheserapport in samengevat. Toch blijven er twee zaken naar de mening van de EVS onderbelicht. Deze laten zich vertalen in de volgende suggesties.
1.
Benoem de meerwaarde die de particuliere ontwikkelingsorganisaties hebben binnen het brede palet van de gehele ontwikkelingsrelatie (overheid, particuliere sector en bedrijfsleven) van Nederland met ontvangende landen.
Dit kan zijn weerslag hebben in aanbeveling 4 (mogelijk toevoegen als een-na-laatste zin):
Particuliere ontwikkelingsorganisaties verbinden zich bij uitstek met het maatschappelijk middenveld in ontwikkelingslanden en hebben daarmee een specifieke rol in de ontwikkelingsrelatie en zijn sterk complementair aan wat ministerie en bedrijfsleven kunnen bijdragen aan ontwikkeling.
2.
Maak expliciet dat voor een betere armoedebestrijding ook in donorlanden – o.a. Nederland - politieke verandering moet plaatsvinden: meer Coherentie van Beleid versterkt de ontwikkelingsinspanningen aanzienlijk.
Dit kan zijn weerslag hebben in aanbeveling 2 (mogelijk toevoegen als laatste zin):
Een laatste categorie zijn de donorlanden zelf: meer Coherentie van Beleid ten gunste van ontwikkelingslanden maakt onderdeel uit van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid en versterkt de ontwikkelingsinspanningen; dit vereist verdergaande beleidsaanpassingen in onder meer Nederland, de EU en andere Europese lidstaten.
Toelichting bij bovenstaande suggesties:
1. Meerwaarde particuliere organisaties
De meerwaarde van ontwikkelingsactiviteiten vanuit het maatschappelijk middenveld ten opzichte van ontwikkelingsactiviteiten vanuit bilaterale en multilaterale betrekkingen wordt in het rapport niet expliciet gemaakt. Men mag verwachten dat een beleidsdialoog, die de opmaat is voor een nadere invulling van een subsidiestelsel voor particuliere ontwikkelingsinitiatieven, een heldere visie hierover oplevert.
Kenmerkend voor vrijwel iedere moderne samenleving, in ontwikkelde landen of minder ontwikkelde landen, is het samenspel tussen de overheid (politiek), bedrijfsleven (markt) en civil society. Deze houden elkaar met wisselend succes in balans. Overheid, markt en maatschappelijke initiatieven hebben allen hun tekortkomingen en hebben elkaar nodig om evenwicht te bewaren. De markt is gericht op winst en heeft soms minder oog voor sociale waarden. Politici moeten worden herkozen, wat kan wringen met investeren in duurzaamheid. Maatschappelijke initiatieven kunnen uitgroeien tot instituties, die te veel waarde gaan hechten aan de eigen institutionele belangen. Stabiele landen kenmerken zich vaak door een krachtenveld waarbij deze drie partijen elkaar goed in evenwicht weten te houden. Zo stelt een sterke overheid regels aan de markt en garandeert zij rechten van minderheden; controleert de civil society het functioneren van de democratie, geeft zij een stem aan opkomende groepen en heeft zij meer oog voor duurzaamheid; en is het bedrijfsleven de motor voor economische ontwikkeling en stelt zij eisen aan een betrouwbare overheid.
Zeker in zich ontwikkelende landen, waar een democratische en justitiële controle op een overheid nog niet optimaal functioneert en grote marktpartijen een grote (politieke) invloed kunnen hebben, is versterking en ondersteuning van de civil society essentieel. Dit gaat om de civil society in zeer brede zin: onafhankelijke media, lokale initiatieven, vrouwenbeweging, vakbeweging, mensenrechtenorganisaties, kerken, enzovoorts. Het maatschappelijk middenveld is onontbeerlijk voor een politieke ontwikkelingssamenwerking die katalysator wil zijn voor verandering. CSO’s moeten een tegenmacht kunnen vormen tegen overheid en markt.
Mijns inziens zijn particuliere ontwikkelingsorganisaties ten principale in het voordeel als het gaat om het samen optrekken met maatschappelijk initiatieven in ontwikkelingslanden. Natuurlijk kan de Nederlandse overheid - via de ambassades – contacten onderhouden met maatschappelijke initiatieven in partnerlanden. Enerzijds kan dit echter de bilaterale relatie met het partnerland bemoeilijken. Anderzijds is het logischer en sterker als de civil society vanuit ontwikkelingslanden en ontwikkelde landen samen optrekken: zij vervullen beide eenzelfde rol. Dit alles met alle kanttekeningen van de commissie Lammers in het achterhoofd. Laat het Ministerie voor Ontwikkelingssamenwerking zich primair focussen op bilaterale en multilaterale betrekkingen. Laat het bedrijfsleven primair samenwerken met de eigen counterparts. En laat de organisatie van ‘de tegenmacht’ over aan particuliere ontwikkelingsorganisaties.
Ergo: benoem de meerwaarde van particuliere ontwikkelingsorganisaties binnen het brede palet van de gehele ontwikkelingsrelatie (overheid, particuliere sector en bedrijfsleven) van Nederland met ontvangende landen.
2. Coherentie van Beleid
Coherentie van Beleid (MDG 8) maakt een belangrijk deel uit van de Nederlandse ontwikkelingsinspanningen. Nederland heeft inmiddels aanzienlijk vooruitgang op dit terrein geboekt (al kan het altijd nog beter), binnen de Europese Unie en in andere EU-lidstaten kan echter nog veel winst worden behaald. Nederland kan daar een vooruitstrevende rol in spelen. In feite gaat het hier om de Europese dimensie van een politieke OS, want een meer Coherent Beleid vereist politieke wil.
Ook vanuit particuliere organisaties moet krachtig worden opgekomen voor een meer Coherent Beleid. Dit versterkt de politieke wil die nodig is om doorslaggevende resultaten op het gebied van handel, landbouw, migratie, wapenhandel, visserij, energie, mensenrechten enzovoorts.
Ergo: maak expliciet dat voor een betere armoedebestrijding ook in donorlanden – o.a. Nederland - politieke verandering moet plaatsvinden: meer Coherentie van Beleid versterkt de ontwikkelingsinspanningen aanzienlijk.
|