Beleidsdialoog Ontwikkelingssamenwerking
u bent hier: Nieuws --> Verslag tweedaagse conferentie 24-25 juni
Bullet Verslag tweedaagse conferentie 24-25 juni
Bullet Routebeschrijving en programma conferentie 24/25 juni
Bullet Startbijeenkomst 'Ontwikkeling is verandering'
Verslag tweedaagse conferentie 24-25 juni
Einde aan het lineaire denken
Met ruim honderdvijftig deelnemers blijkt het tweedaagse vervolg op de startbijeenkomst van de beleidsdialoog 'Ontwikkeling is verandering' helemaal vol te zitten. Onder de aanwezigen op 24 en 25 juni veel vertegenwoordigers van ontwikkelingsorganisaties en ministeries, maar ook wetenschappers en afgevaardigden van het bedrijfsleven en migrantenorganisaties. 'Dat ik hier sta is al een positieve verandering.'


'Gisteren was ik bij een bijeenkomst waar bleek dat het sterftecijfer van kinderen bij migranten in Nederland hoog is. En de moedersterfte is wel drie keer zo hoog als bij autochtonen. Als het in een ontwikkeld land als Nederland al zo beroerd is, dan kun je nagaan hoe het gesteld is met de situatie van moeders in de arme delen van de wereld.'

Het is Fatumo Farah die aan het begin van de tweedaagse conferentie in het bioscoopcomplex CineMec in Ede duidelijk maakt waar ontwikkelingssamenwerking over kan gaan. En dat een migrantenorganisatie als Hirda, waar Farah directeur van is, een belangrijke rol kan spelen als schakel tussen 'hier' en 'daar'. Farah: 'Het begint met erkenning van de rol die wij kunnen spelen.' En verwijzend naar de titel van de beleidsdialoog: 'Dat ik hier sta is al een positieve verandering.'

Burgers, bedrijfsleven en mondiale veranderingen
Kees Biekart, onderzoeker en docent aan het Institute of Social Studies (ISS) stelt dat de thema's die op de conferentie aan bod komen, zoals verantwoording afleggen en de verschillende rollen die actoren bij internationale samenwerking innemen, al heel lang spelen. 'Maar ze blijven relevant omdat de praktijk steeds verandert. Je moet beleid voeden uit de praktijk. En onderzoekers moeten die praktijk systematiseren en daarmee verandering een wetenschappelijke basis geven.'

Volgens de wetenschapper is 'civic driven change' - wat doen (groepen) burgers om verandering tot stand te laten komen? -  het overstijgende thema voor de discussie over internationale samenwerking. De tijd is voorbij dat alleen niet-gouvernementele organisaties het heft in handen hadden: 'Hulp als subsidiemodel heeft zijn langste tijd gehad, er moet worden gekeken hoe het anders kan.'

Als advies geeft Ard Hordijk, onderzoeker aan de Nyenrode Business University, de deelnemers mee te kijken naar innovatieve manieren van samenwerken met het bedrijfsleven. 'Bedrijven worden niet gelukkig van dingen die niet mogen, kijken liever naar nieuwe mogelijkheden waar duurzaamheid samen kan gaan met bedrijvigheid. Kijk naar de kansen die "social entrepreneurs" je bieden, ondernemers die iets sociaals willen doen voor de maatschappij en daarmee hun geld willen verdienen.'

Directeur van ontwikkelingsorganisatie Oxfam Novib, Farah Karimi spreekt de wens uit dat er meer aandacht komt voor de mondiale veranderingen en hoe die de internationale samenwerking beïnvloeden. 'Kijk naar de opkomst van China als speler in Afrika. De overheden daar zijn er blij mee, maar de ruimte voor het maatschappelijk middenveld in die landen wordt kleiner. Misschien moeten we meer gaan investeren in maatschappijopbouw.'
Karimi wijst ook op de grote gevolgen van '11 september'. De geloofwaardigheid van Westerse overheden en NGO's in islamitische landen is afgenomen. 'We worden nogal eens gezien handlangers van "het Westen" dat uiteindelijk uit is op machtsovername en "regime change".' Ze hoopt ook dat er een eind komt aan het denken in de gebruikelijke Noord-Zuid-verhouding afkomen. 'De wereld is geglobaliseerd, Zuid zit in Noord en omgekeerd.'

Geen grenzen meer

Deze eerste conferentiedag staat in het teken van 'kansen en bedreigingen'. Gastspreker bij dit thema is Vasu Gounden, directeur van het African Centre for the Constructive Resolution of Disputes en op het Wereld Economisch Forum verleden jaar uitgeroepen tot 'Global leader for tomorrow'. Hij heeft een weinig opbeurende boodschap voor de aanwezigen. De mondiale crises op het gebied van voedsel en energie (de almaar stijgende olieprijzen) gaan voorlopig niet weg. De invloed daarvan op het Noorden is voorlopig nog beperkt maar in het Zuiden is die dramatisch. 'De combinatie met overbevolkte steden - voor het eerst in de geschiedenis leven er meer mensen in steden dan op het platteland - die amper werk kunnen vinden, zorgt voor een gevaarlijke cocktail die tot grote sociale conflicten kan leiden.'

Volgens Gounden is het zaak te onderkennen dat nationale belangen gepaard moeten gaan met mondiale verantwoordelijkheid. 'Er zijn geen grenzen meer. Kijk naar klimaatverandering, die zal niemand overslaan. Hetzelfde geldt voor migratie: een nationaal fenomeen, maar met mondiale impact.'

De vertrouwde verhouding tussen staat, private sector en maatschappelijk middenveld is dramatisch veranderd. Rol van de staat wordt kleiner, onder meer door privatisering van traditionele overheidstaken als veiligheid, gezondheid en onderwijs. En de private sector komt op. Zo kan het gebeuren dat de omzet van mobieltjesfabrikant Nokia het bruto nationaal inkomen van thuishaven Finland overstijgt. 'Staten zijn geobsedeerd met grenzen. Dat moet veranderen wil men de wereldproblemen echt aanpakken. En ook andere spelers moeten een veel mondialere rol gaan spelen. Je kunt niet meer alleen op je eigen land gericht blijven.'

Kansen en bedreigingen
Aan het einde van de dag rapporteren de aanwezigen, die eerder in groepen uiteengingen, over de discussies die ze hadden rond de zes thema's waar de beleidsdialoog zich op toespitst. Een kleine bloemlezing:

De groep die sprak over het onderwerp 'Gunstige voorwaarden' concludeert onder meer dat anti-terrorismemaatregelen wereldwijd leiden tot inperking van de rol van de 'civil society', het maatschappelijk middenveld. En dat migratie kan leiden tot een 'braindrain' van kennis. Maar kansen, vaak een spiegel van bedreigingen, zijn er ook: zo biedt de schaarste aan olie ook een kans voor innovatie van alternatieve energiebronnen. En door aan te haken bij internationale netwerken, kun je sterkere lobbykrachten ontwikkelen om toch veranderingen te bewerkstelligen.

De groep die 'Aanvullende rollen' onder haar hoede nam, vindt dat complementariteit meer is dan alleen samenwerking: je hebt een gemeenschappelijke doelstelling, maar wel met ieder een eigen rol. Kansen zijn er genoeg: kruisbestuiving, leren van elkaar enzovoorts. Je moet alleen oppassen dat je je eigen identiteit niet verliest. En daarbij nog een prikkelende vraag: moet de Nederlandse overheid niet ook buitenlandse organisaties financieren als die complementair blijken te zijn aan wat ze wil?

Problemen bij 'Verantwoording afleggen' worden door deze groep gesignaleerd als er teveel sprake is van 'upward accountability'. Dat betekent dat je alleen aan je financier uitlegt wat je met je geld hebt gedaan, niet naar je eigen achterban of de mensen waar het om gaat in het Zuiden. Een risico is ook dat de passie verdwijnt uit je verhaal als je het teveel over geld hebt. Kansen kunnen benut worden door juist je te richten op 'downward accountability'. Daardoor komt het eigenaarschap van een bepaald project of programma steviger in handen van de doelgroep zelf. Maar, let op: in politiek repressieve context lukt dat niet.

Volgens de groep 'Versterking draagvlak' is samenwerking met het bedrijfsleven - ooit vloeken in de kerk - een grote kans voor internationale samenwerking. Je kunt zo een enorme groep mensen bereiken, namelijk de consument. De vraag is alleen: hoe? Ook moeten de resultaten van draagvlakversterking duidelijker worden, om het gevoel van 'water naar de zee dragen' te vermijden. En een bedreiging voor het draagvlak kan zijn dat NGO's zich teveel ontwikkelen tot elkaars concurrent.

'Lerend vermogen': de conclusie van deze groep is onder meer dat het kunnen en willen leren alles te maken heeft met het bestaansrecht van de sector. Alleen: het moet niet doorslaan naar leren om het leren. De focus moet liggen op het stimuleren van leren en dat moet passen bij het werk dat een organisatie doet. Maatwerk dus. Kansen liggen er in nieuwe vormen van samenwerking en netwerken die zich vormen. Een bedreiging is het leren vanuit een te beperkt 'expertperspectief'. Grote vraag van deze groepsdiscussie: hoe organiseer je het leren op het niveau van de gehele ontwikkelingssector?

De indeling Noord-Zuid is niet meer van deze tijd, zo concludeert de groep die zich boog over de rolverdeling en taken van de verschillende actoren 'hier' en 'daar'. Sommige landen kun je ook niet meer eenduidig als 'arm' wegzetten, zijn er bijvoorbeeld bepaalde regio's of kleine elites die sterk en rijk zijn temidden van een andere groepen mensen of regio's die arm zijn. Kansen liggen er als je kunt zorgen voor het bundelen van kracht van organisaties, dat leidt tot meer invloed. Anders dreigt het gevaar van versnippering. Let op dat je niet slechts met de 'global elite' om de tafel zit, zorg voor actieve deelname van de echte betrokkenen


Vervolg conferentie 25 juni 2008


Tijdens het vervolg, op de tweede dag van de conferentie, worden de verschillende (en aanvullende) rollen van maatschappelijke organisaties, overheid en andere actoren onder de loep genomen. De dag begint met een lezing over de complexiteit van ontwikkeling. 'Jullie werken in een industrie die alleen met documenten bezig is in plaats van een structuur die zich op mensen richt!'

'Vraagje: beantwoorden de huidige internationale hulpstructuren aan de complexiteit en schaal van de problemen waar ze mee geconfronteerd worden? Nee. Sterker nog, we doen het vandaag de dag zelfs slechter dan voorheen.' De grote zaal van het CineMec in Ede is stil. Julio A. Berdegué, voorzitter van Rimisp, een Latijnsamerikaanse organisatie voor plattelandsontwikkeling, heeft iedereen op het puntje van de stoel gekregen met zijn betoog.

Berdegué verwijst naar de notitie Lammers, het resultaat van de beleidsdialoog uit 2001 en zegt dat het niet aan ideeën ontbreekt over de wegen die internationale samenwerking kan inslaan. 'Jullie hoeven niet nog meer ideeën te bedenken, ga aan de slag.' Maar hij waarschuwt dat er nog wel wat moet gebeuren aan de manier waaróp. Hij laat een dia zien over ontwikkeling en welvaartsverdeling in Nicaragua waarop een ingewikkeld lijnenpatroon zichtbaar is. Spottend: 'Hoe zet je dat om in een log-frame?' Sommige delen van Nicaragua op de dia laten economische groei zien, maar kennen tegelijkertijd sociale uitsluiting: hoe ga je daar mee om zo vraagt hij retorisch. 'Het maatschappelijk middenveld is lui geworden en valt teveel terug op manieren die vroeger werkten, maar nu niet meer. Ontwikkeling is niet lineair, maar complex. Het oude denken zorgt ervoor dat de politieke status quo gehandhaafd blijft.'

Er zijn volgens Berdegué nieuwe vaardigheden nodig om uit de oude stramienen te breken. 'Je moet én micro én macro denken, je moet samenwerken met zeer uiteenlopende actoren, denken en werken voor de lange termijn.' Een belangrijke uitdaging ziet hij in het weerstand bieden aan de 'luchtspiegelingen van het blauwdrukdenken' die door onwrikbare evaluatieformats als log-frames in de hand worden gewerkt.

'Jullie werken in een industrie die alleen met documenten bezig is in plaats van een structuur die zich op mensen richt.' Berdegué meent dat vernieuwing de sleutel is tot uitdagingen waar de huidige internationale samenwerking zich voor gesteld ziet. 'Innoveer en neem risico's; er moet meer kennis in praktijk worden gebracht.' Een blauwdruk geeft hij niet, maar een richting voor die verandering moet gestoeld zijn op een 'theorie van verandering'. 'Maak een analyse van ontwikkelingsuitdagingen door jezelf een paar eenvoudige vragen te stellen: wat is er mis; waarom; wat moet eraan gebeuren; wie kan daarvoor zorgen en hoe pakken we het aan?' De ontwikkelingssector moet zich niet langer laten gijzelen door de bestaande concepten van verantwoording afleggen: 'Vind jezelf opnieuw uit!'

Samenwerken
Over hoe je jezelf opnieuw kunt uitvinden, vertelt Joost Oorthuizen, alliantiemanager bij adviesbureau Twynstra en Gudde. Hij behandelt in vogelvlucht de verschillende manier van samenwerken die er zijn en welk voordeel dat kan opleveren. Al weet hij dat de weerstand soms groot is.

Ook in de ontwikkelingssector waar Oorthuizen eerder werkzaam was. Daar wordt vooral 'verkennend' samengewerkt, een vrijblijvende vorm waar nogal wat haken en ogen aanzitten. Want: 'Iedereen heeft gelijk, er zit geen sturing op.' Dat past volgens hem bij een sector waar ideologie een belangrijke factor is. 'Iedereen heeft zijn eigen land en vindt zo wel een reden om niet samen te werken.' Retorisch: 'Maar is dit nou de beste manier om armoede de wereld uit te helpen?' Zijn oproep luidt dan ook om meer risco's te nemen door voor nieuwe, minder vrijblijvende vormen van samenwerking te kiezen.

Vismarkt
Dan is het tijd voor stuurgroeplid Lau Schulpen om een aantal dingen recht te zetten. Eerder op de dag was er onrust ontstaan over een aantal samenvattende stellingen die werden gepresenteerd alsof ze de mening van alle aanwezigen zouden vertegenwoordigen. Maar Schulpen benadrukt dat de stellingen louter als aanjager van de discussie dienen.

Na applaus van de zaal wordt de discussie over de verschillen in rollen en taken van organisaties en overheid vervolgd in de vorm van een 'vismarkt' waar verschillende groepen mogelijke veranderingen en vernieuwingen presenteren die ze zouden willen doorvoeren. Voor de viskraam van Buitenlandse Zaken is het nogal druk als blijkt dat men misschien meer geld rechtstreeks zou willen besteden aan Zuidelijke NGO's. Zonder dat de extra schakel van de Nederlandse medefinancieringsorganisaties nog langer nodig is. Zonder dat de kopers het er over eens worden, is de opzet van de markt om tot een levendig debat te komen en kennis te nemen van elkaars veranderingsplannen wel geslaagd.

Stellingen
Ter afsluiting van de dag volgt nog een Lagerhuisdebat waar deelnemers moeten reageren op een aantal stellingen. Ook nu weer blijkt er volop aanleiding tot discussie. De eerste stelling luidt: 'We hebben bedacht wat we moeten veranderen, maar de financiële afhankelijkheid van de minister maakt dat we de tango van de overheid dansen.' Voorzitter van de stuurgroep van de beleidsdialoog, Robert Petri, daagt namens Buitenlandse Zaken het maatschappelijk middenveld uit te komen tot een 'eenduidige visie' op ontwikkeling. 'Neem gemeenschappelijke standpunten in, dat helpt bij het maken van nieuw beleid. Anders wordt het moeilijk rekening met jullie te houden.' Manuela Monteiro, directeur van Hivos, meent dat het gaat om machtsverhoudingen in de wereld. 'Het wordt misschien niet gepresenteerd als een gemeenschappelijk kader. Maar onze partners hebben te maken met de gevolgen van internationale afspraken. Daar moet de helpende hand worden geboden.'

De tweede stelling luidt: 'Het type van samenwerking dat het bedrijfsleven te bieden heeft (transnationale samenwerking) sluit niet aan op de werkelijkheid van armoedebestrijding. Die is te complex en onvoorspelbaar, dus daar heb je een ander soort samenwerking voor nodig.' Het levert genuanceerde reacties op. Zowel van het bedrijfsleven - 'nietsontziend produceren is niet de manier, maar hou je rekening met sociale voorwaarden en duurzaamheid, dan draag je echt wat bij aan ontwikkeling. Als overheid - 'je kunt niet zonder private sector als je economische groei wilt realiseren. En het voorbeeld van ontwikkelingsorganisatie Woord en Daad wordt aangehaald: die heeft ongeveer 120 bedrijven samengebracht die geld en kennis aanleveren bij de partners in het Zuiden. 'Een goed voorbeeld van hoe die samenwerking er kan uitzien.'

En de derde stelling: Wij organisaties kunnen niet veranderen tenzij het systeem van regels, procedures en rapportages verandert'. Harry Derksen van Icco steekt de hand in eigen boezem: 'Systemen veranderen niet voordat je zelf verandert. Anders kun je ook niet aan ontwikkeling werken.' Al wijst Rolien Sasse van Simavi er op dat systemen afspiegelingen van machtsstructuren zijn. 'Die wijzen mensen in richtingen die kunnen stimuleren of verstikken.' Ruud Treffers, directeur-generaal Internationale Samenwerking bij Buitenlandse Zaken erkent het probleem maar vraag ook om hulp. 'Wij willen ook minder regels, maar dat kunnen we niet alleen. Om het systeem te veranderen hebben we ook de hulp van jullie organisaties nodig.'

Titel2
Titel1

Verslag tweedaagse conferentie 24-25 juni

Einde aan het lineaire denken
Met ruim honderdvijftig deelnemers blijkt het tweedaagse vervolg op de startbijeenkomst van de beleidsdialoog 'Ontwikkeling is verandering' helemaal vol te zitten. Onder de aanwezigen op 24 en 25 juni veel vertegenwoordigers van ontwikkelingsorganisaties en ministeries, maar ook wetenschappers en afgevaardigden van het bedrijfsleven en migrantenorganisaties. 'Dat ik hier sta is al een positieve verandering.'
  'Ontwikkeling is verandering' is een initiatief van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
De uitvoering is in handen van MDF training&consultancy samen met internetplatform OneWorld en vakblad Vice Versa.

Deelnamevoorwaarden